De Vogelvriendelijke Tuin

PLANTEN MET DOORNEN OF STEKELS


 

Planten met stekels/doornen of een dichte takkenstructuur bieden gelegenheid om een veilig nest te bouwen voor vogels (vuurdoorn, klimhortensia, klimop, hop).


In dichte stekelige plant kunnen vogels snel een veilig plekje vinden als er een kat of een sperwer op ‘jacht’ is (meidoorn). Planten met doorns en stekels zijn o.a. vuurdoorn, bottelroos, rimpelroos, hulst en zuurbes.

GROENE TUINAFSCHEIDING


 

Hagen en ook de begroeide schermen bieden de tuinliefhebber beschutting, privacy, breken de wind, mooie groene achtergrond. Daarnaast bieden ze vogels een ideale schuilplaats. Vogels kunnen er een veilig nestje in bouwen en bij gevaar vinden ze snel dekking tussen de stevige takken van een haag.

Neem je een haag waar ook nog bessen aan komen dan krijgt een haag een nog hogere natuurwaarde: je biedt vogels dan veiligheid, voortplanting en voedsel.

Wander van Laar


Tuinontwerpen

Wilt u vogels in uw tuin? Dan moet uw tuin minimaal aan vier voorwaarden voldoen!

 

 

* Voeding

* Bescherming

* Nestruimte

* Water

 

Ontbreekt één van deze voorwaarden in uw tuin, dan komen er natuurlijk wel vogels in uw tuin, maar gaan er dan niet gauw nestelen.

 

Daarnaast zijn er meer manieren om de tuin vogelvriendelijk te maken:

 

* Een gazon.

* Rijke variatie aan bloeiende planten.

* Planten, struiken, klimplanten, bomen met zaden of vruchten. 

* Planten met doornen of stekels.

* Groene tuinafscheiding (hagen of een begroeid scherm).

* Kale muren aankleden. 

* Nestkastjes ophangen.

 

Maar, ja er is ook een maar, u dient realistisch te blijven, een grutto in de tuin kan misschien wenselijk zijn, maar de kans om een grutto vrijwillig in een tuin te krijgen is eigenlijk niet haalbaar.

 

 

 

 

VOEDING


 

Vruchten, noten en zaden. Laat blad in de winterdag onder heesters en bomen liggen, ruim de bladeren pas in het voorjaar op (wat er nog van over is). Vuile bomen o.a. de Berk en de Esdoorn zitten vol met luizen, die op hun beurt weer vogels aantrekken. (Plan geen terras of parkeerplaats onder deze bomen , i.v.m. de luizenpoep.

 

>>> Wanneer u verder naar beneden scroll, dan benoem ik per vogel haar of zijn voorkeuren

BESCHERMING


 

Bomen en heesters waar vooral de vogels in kunnen vluchten. Onderbeplanting (bodembedekkers), prettige schuilplaatsen voor insecten. Struiken met doornen of stekels, ideale bescherming tegen katten en roofvogels.

NESTRUIMTE


 

Vogelkastjes ophangen. Opening van de vogelnestkastjes richting het noorden. Coniferen als solitair of als haag. Klimopwand als erfafscheiding. Bij ruimte, een hoge kleiwand voor de oeverzwaluw en de ijsvogel. Ruimte creëren onder de dakpannen voor mussen en de gierzwaluw.

WATER


 

In de vorm van een vijver, waterspiegel, vogeldrinkschaal een poeltje of een waterschaaltje.

 

Het is telkens weer een boeiend schouwspel om vanuit de huiskamer of het terras direct vogels te zien die bij het

water komen. Vogels nemen graag een bad om hun veren in conditie te houden. En ze komen er regelmatig drinken, zeker tijdens warme zomerdagen. Geen plek voor een vijver: dan is een vogeldrinkschaal op een overzichtelijke plek in de tuin gegarandeerd een topattractie!

GAZON


 

Een gazon in een tuin is heerlijk om op te liggen en te spelen. Het kan een tuin ook de nodige rust geven en lijnen in de tuin versterken.

 

Vooral merels en lijsters genieten van een gazon, ze kunnen daar wormen en larven vinden. Maar gebruiken ook de ruimte om te zonnenbaden.

RIJKE VARIATIE AAN BLOEIENDE PLANTEN


 

In Nederland hebben we verschillende seizoenen: lente, zomer, herfst en winter. Maar vaak vertonen de meeste tuinen veel pieken en dalen. Om de tuin voor vogels aantrekkelijk te maken is het ontzettend belangrijk om in alle seizoenen van het jaar iets in bloei te hebben, immers bloemen trekken insecten aan. Daarnaast is het belangrijk om goed te varieren in plantsoorten, meer variatie betekend meer soorten insecten. 

PLANTEN MET ZADEN OF VRUCHTEN


 

Plant meerdere planten aan in de tuin, breng variatie aan in soorten zoals Berk, Bottelroos, Vlier, Hulst, Hazelnoot of krent aan. Maak een keuze uit planten die na elkaar bloeien en ook in een andere perioden zaden of vruchten dragen. Op die manier verlengt u het voedselaanbod voor de vogels. 

 

Leuk om te doen: Plant distels of de Grote kaardebol in een pot en zet die dan op een beschutte plek neer in de zon. De kans is groot dat je dan Vinken, Distelvinken of de Groenling op bezoek krijgt.

KALE MUREN AANKLEDEN


 

Muren aankleden met klimplanten in combinatie met bijvoorbeeld insectenhotelletjes of een composthoop.

 

Een kale muur heeft aan vogels niets te bieden, maar dit wordt gelijk anders wanneer je er klimplanten tegen aan laat groeien. Welke klimplant hangt af of de muur op de zon staat of juist erg schaduwrijk is. In de zon kan

een vuurdoorn heel goed staan. Een vuurdoorn is ideaal, de kans is groot dat er een merel in gaan nestelen. Tussen de doornen en de fijne takjes zit een merelvrouwtje veilig op haar nest.

NESTKASTJES OPHANGEN


 

Met de volgende adviezen vergroot je de kans op succes met de nestkast.

* Minimale hoogte 2 meter vanaf de grond (in een dichte haag mag het lager zijn).

* De invliegopening gericht op het Noordoosten of op het Noorden.

* Hang de nestkast op een schaduwrijke plaats ( in ieder geval schaduw op het heetst moment van de dag).

* Houd dan een onderlinge afstand van minimaal 3 meter aan.

* Liever een onderlinge afstand van 10 meter, maar de huismus, de gierzwaluw en de huiszwaluw broeden weer wel dicht bij elkaar).

* Onbereikbaar voor katten. Een hulpmiddel is bijvoorbeeld gaas aanbrengen onder het nestkastje.

* Hang nieuwe nestkastjes bij voorkeur in september op (in de herfst en vroeg in de winter worden de kastjes al bezocht.

* Maak de nestkastjes in september schoon.

Welke tuinplanten heeft u nodig voor welke tuinvogel:

 

In de onderstaande lijst heb ik bij elke (meest voorkomende) tuinvogel de voorkeur aan planten benoemd.

De Appelvink (Coccothraustes coccothraustes)

 

De Appelvink eet graag de zaden van de Kers (Prunus avium), Spaanse aak (Acer campestre) en van de Haagbeuk (Carpinus betulus). De Appelvink broed graag in de klimop (Hedera helix), liefst een klimop die tegen een boom aan groeit.

 

 

 

>>> meer informatie over de Appelvink (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Gaai (Vlaamse gaai, Garrulus glandarius)

 

De Gaai eet vooral in de winter graag eikels en beukennoten, maar ook fruit.

 

De Gaai broed graag in een Elzenboom, maar zeker ook in andere bomen.

 

 

 

 

 

 

>>> meer informatie over de Gaai (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Boomkruiper (Certhia brachydactyla)

 

De boomkruiper is een echte insecteneter (lange spitse snavel), vooral bomen met een grove bast zijn ideaal voor deze tuinvogel (Grove den, Perenbomen, Eiken, Berk, Els en zeker ook de Amberboom met zijn kurklijsten).


De Boomklever broed in kleine holtes en losse schors.

 

>>> meer informatie over de Boomkruiper (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Groenling (Chloris chloris)

 

De Groenling is een bessen en zaden eter, ondermeer de bessen / zaden van de krent (Amelanchier) en de zaden van hondsroos (Rosa canina) en de zaden van de rimpelroos (Rosa rugosa).


De Groenling broed graag in stekelige struiken, maar je ziet ze ook vaak in een hoekje zitten van een overkapping.

 

 

>>> meer informatie over de Groenling (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Heggenmus (prunella modularis)

 

Op het menu van de Heggenmus staan kleine insecten die vooral op de grond leven en in de winter vullen ze dit aan met zaden.

 

In tegenstelling tot de huismus is de heggenmus een alleenganger, je ziet ze met regelmaat over de grond heen scharrelen.

 

Het nest van de Heggenmus zit vrij laag bij de grond en dat bij voorkeur in een haag of een dichte lage struik.

 

>>> meer informatie over de Heggemus (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Kauw (Corvus monedula)

 

De Kauw is een echte alleseter, de vogel eet insecten tot regenwormen en slakken, maar is ook eenplanteneter, zo eet de kauw planten- en bomenknoppen, zaden en bessen. Het liefst eet de kauw vanaf de grond,


De kauw broed het liefst in holtes in bomen, maar ook in een schoorsteen of onder de dakpannen.

 

 

>>> meer informatie over de Kauw (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Koolmees (Parus major)

 

De Koolmees eet graag zaden en kleine insecten en als de voederplank en het vogelhuisje weer van zolder wordt gehaald, vetbollen, zonnebloempitten en pinda's.

 

De koolmees is een holenbroeder en is vooral veel te vinden in een knotwilg, maar broed ook graag in een nestkast.

 

 

>>> meer informatie over de Koolmees (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Kuifmees (Lophophanus cristatus)

 

De kuifmees is een echte insecteneter, maar vooral in de winter eet dit kleine vogeltje ook graag zaden van sparren en dennen en de zaden van de wilg en de populier. Af en toe eet de kuifmees ook de bessen van de meidoorn en van de lijsterbes.


Broed vooral in dode berkenbomen (holtes).

 

 

>>> meer informatie over de Kuifmees (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Pimpelmees (Cyanistes caeruleus)

 

De Pimpelmees eet graag kleine insecten en kleine zaden. Vooral de zaden van de berk, de lariks, de haagbeuk en de Spaanse aak zijn in trek bij de Pimpelmees.

 

In de winter peutert de Pimpelmees ook graag rietstengels open, daar zoekt hij dan larve en insecten die zich in de daar verborgen houden.

 

De Pimpelmees is een holtebroeder. Je kunt ze vooral aantreffen in de holtes van de knotwilg en van de Els.

 

Een nestkastje is ook welkom (opening gericht naar het Noorden).

 

>>> meer informatie over de Pimpelmees (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Sijs (Carduelis spinus)

 

De Sijs is een zadeneter, eet graag zaad van o.a. de spar, de den, lariks, els en berk.

 

De Sijs broed het liefst hoog in een spar of den, maar ook wel in de berk.

 

 

 

 

>>> meer informatie over de Sijs (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Tjiftjaf (Phylloscopus collybita)

 

De Tjifjaf eet graag kleine insecten en insectenlarven, vooral in de herfst ook bessen en zaden van o.a. de bosbes, de vlier en de berk.

 

De Tjiftjaf broed het liefst in dichte bossage en doet dat vrij laag boven de grond.

 

 

>>> meer informatie over de Tjiftjaf (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Vink (Fringilla coelebes)

 

De Vink eet vooral zaden en zachte delen van een plant (vooral de bloemknoppen van de appelboom). Wanneer de vinken jongen heeft schakelen ze over naar insecten.

 

De Vink broed graag in oude fruitbomen (op een tak tegen de stam), maar ook in dichte struiken (heesters).

 

>>> meer informatie over de Vink (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Bonte vliegenvanger (Ficedula hypoleuca)

 

De Bonte vliegenvanger is dol op insecten, dus bomen zoals de Els (Alnus), Esdoorn (Acer), Linde (Tilia) en de Wilg (salix) zijn erg welkom. Ook een vijver is ideaal om deze tuinvogel te lokken.

 

De Bonte vliegenvanger broed graag in een holte (Knotwilg).

 

>>> meer informatie over de Bonte vliegenvanger (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Ekster (Pica pica)

 

De Ekster kun je wel een alleseter noemen, van insekten tot muizen, van eieren tot voedselafval, maar zeker ook noten en bessen staan op het menu van de Ekster.

 

De Ekster broed graag in een hoge boom, zoals de Popelier en de Eik.

 

 

>>> meer informatie over de Ekster (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Gekraagde roodstaart (Phoenicurus phoenicurus)

 

De gekraagde roodstaart eet vooral insecten en vooral in de herfst kleine bessen.

 

De gekraagde roodstaart is een holenbroeder, de wilg en de els komen als boom hiervoor in aanmerking.

 

 

 

 

 

>>> meer informatie over de Gekraagde roodstaart (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Grote bonte specht (Dendrocopos major)

 

De Grote bonte specht is een echte insecteneter, dus bomen als de Els, eik en de grove den (hebben een ruwe bast waar insecten makkelijk in gaan zitten) zijn aan te raden. Daarnaast eten ze ook zaden van de den (Pinus) en de spar (Abies en Picea), dit doen ze vooral in de winter.

 

De Grote bonte specht broed vooral in de wat zachtere bomen zoals de berk en de popelier.

 

>>> meer informatie over de Grote bonte specht (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Houtduif (Columba palumbus)

 

De houtduif lust bijna alles van een tuinplant, zaden, bessen, knoppen, blad en zelfs hele kersen heeft deze tuinvogel geen moeite mee.

 

De Houtduif broed graag in dichte coniferen, maar als het niet anders kan in elke boom die voor handen is.

 

 

 

 

>>> meer informatie over de Houtduif (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Kleine bonte specht (Dendroncopos minor)

 

De Kleine bonte specht is een echte insecteneter, dus bomen als de Els, eik en de grove den (hebben een ruwe bast waar insecten makkelijk in gaan zitten) zijn aan te raden. Daarnaast eten ze ook fruit, dit doen ze vooral in de late herfst en in de winter.


De Kleine bonte specht broed vooral in de wat zachtere bomen zoals de wilg, berk en de popelier.

 

 

>>> meer informatie over de Kleine bonte specht (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Koperwiek (Turdus iliacus)

 

De koperwiek eet het liefst bessen, zaden en regenwormen, maar wanneer de koperwiek jonge heeft vooral insecten, slakken en wormen.

 

De koperwiek broed niet in Nederland, zijn vooral in de winter te zien.

 

 

 

>>> meer informatie over de Koperwiek (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Merel (Turdus merula)

 

De merel is eigenlijk wel in elke tuin te vinden, daar is de merel dan opzoek naar wormpjes in het gras, insecten tussen het blad en struiken en kleine boompjes met bessen.


Plant een klimop aan en de kans is zeer groot dat de merel komt broeden.

 

 

>>> meer informatie over de Merel (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Putter (Carduelis carduelus)

 

De Putter is een zadeneter, ze eten rijpe en onrijpe zaden van o.a. distels, paardenbloemen, teunisbloemen en in de winterdag de zaden van de els en de lariks.

 

Putters broeden in boompjes en hoge struiken met veel dunne takjes. Hoogstamfruit is ook vaak een succes.

Ze maken het nest van mos, grassprietjes en veertjes.

 

 

 

 

 

 

 

>>> meer informatie over de Putter (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Spreeuw (Sturnus vulgaris)

 

De Spreeuw is een alleseter, het menu bestaat uit emelten, wormen, insecten, insectenlarven, bessen, kersen, appels en ander fruit.


De spreeuw broed in holtes (een oud spechtennest wordt al gauw bezet door de spreeuw).

 

>>> meer informatie over de Spreeuw (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Tuinfluiter (Sylvia borin)

 

De Tuinfluiter is vooral een insecteneter, maar is ook dol op fruit. De Tuinfluiter is een goede bestrijder van bladluis.

 

De Tuinfluiter broed graag in dichte struiken (Heesters).

 

 

 

>>> meer informatie over de Tuinfluiter (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Winterkoning (Troglodytes troglodytes)

 

De Winterkoning is vooral een insecteneter, maar is ook dol op kleine zaadjes. De Winterkoning zoekt zijn eten dichtbij of op de grond.

 

De Winterkoning broed graag in dichte struiken (Heesters - Bramen) vlak boven de grond.

 

>>> meer informatie over de Winterkoning (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Boomklever (Sitta Europaea)

 

De Boomklever eet graag insecten en zaden en noten, vooral de zaden van de Els, Es en de Linde.


De Boomklever broed graag in een holte van een boom (vooral in oude spechtennesten), dus de Eik ziet deze tuinvogel graag in de tuin.

 

>>> meer informatie over de Boomklever (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Fitis (Phylloscopus trochilus)

 

De Fitis is een insecten eter en af en toe wat plantmateriaal. De Fitis broed laag bij de grond, vooral de Jeneverbes verleent zich hier uistekend voor.

 

 

 

 

 

>>> meer informatie over de Fitis (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Goudvink (Pyrrhula pyrrhula)

 

De goudvink eet vooral bessen van de meidoorn, de liguster, kamperfoelie en van de braam, het gaat dan vooral om de zaden in de bessen. Ook essenzaden staan hoog in het menu van de Goudvink. Wanneer er in de winter weinig zaden voor handen zijn eten ze ook graag de bladknoppen van fruitbomen.


De Goudvink broed vaak in de onderbeplanting van grote bomen.

 

>>> meer informatie over de Goudvink (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Grote lijster (Turdus viscivorus)

 

De grote lijster eet vooral wormen en in de herfst en in de winter ook bessen (Vuurdoorn, Gelderse roos) en zaden. Ze hebben vooral behoefte aan een stuk gazon, maar ook een moestuin trekt de lijster aan (ook vanwege de aanwezige slakken).

 

Ze broeden in hoge bomen die aan de rand van een gazon staan.

 

 

>>> meer informatie over de Grote lijster (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Huismus (Passer domesticus)

 

De Huismus eet graag plantenzaden, bloemknopjes, kleine bessen, insecten en in de winter graag pinda's en vetbollen.


Ze broeden graag samen met andere huismussen onder de dakpannen en in gaten en kieren van gebouwtjes.

 

 

 

 

 

>>> meer informatie over de Huismus (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Kneu (Carduelis cannabina)

 

Een echte zaadeter, dat kun je wel zeggen van de Kneu. Eet de zaden van de paardenbloem, distel, koolzaad en de Kaardenbol. Dus liefhebber van kleine zaden.


De Kneu broed graag in hagen (meidoorn), maar ook in dichte struiken.

 

 

 

 

 

>>> meer informatie over de Kneu (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Kramsvogel (Turdus pilaris)

 

De kramsvogel eet graag bessen en regenwormen, maar lust ook insecten, slakken en rottend fruit.

 

Vooral in de wintermaanden zijn ze te vinden in de vuurdoorn.

 

De kramsvogel broed in een kolonie en bij voorkeur hoog in een populier.

 

>>> meer informatie over de Kramsvogel (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Pestvogel (Bombycilla garrulus)

 

De pestvogel kun je alleen in de tuin aantreffen, wanneer de tuin in de winter goed bedeeld is met bessen van de Liguster, de Meidoorn, de Gelderse roos of de Cotoneaster.


De pestvogel broed niet in Nederland en komt hier alleen naar toe als er geen bessen te vinden zijn in hun broedgebied.

 

>>> meer informatie over de Pestvogel (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Roodborst (Erithacus rubecula)

 

Deze nieuwsgierige kleine tuinvogel eet graag kleine insecten, bessen en kleine zaadjes (liefst op de grond).

 

De Roodborst broed graag in een dichte klimplant en vrij laag bij de grond.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

>>> meer informatie over de Roodborst (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Staartmees (Aegithalos caudatus)

 

De staartmees eet vooral kleine insecten en insectenlarven, maar ook kleine zaden van o.a. de els.

 

Ze broeden op plekken waar een variatie is van dichte struiken en boompjes die tot 5 - 6 meter hoog worden (struweel).

 

 

>>> meer informatie over de Staartmees (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

De Turkse Tortel (Streptopelia decaocto)

 

De Turkse Tortel is gek op de zaden van granen, maar is ook dol op fruit, torretjes en rupsen.


De Turkse Tortel broed in bomen en hoge struiken (Heesters), het zijn vaak gammele nesten gemaakt van takjes (Berk).

 

 

>>> meer informatie over de Turkse Tortel (Herkenning, Leefwijze, Verspreiding en Aantallen, Bescherming)

Tuinplanten voor vogels (Vogels lokken in de tuin):

 

In de onderstaande lijst staan tuinplanten die zeer geschikt zijn om vogels naar uw tuin te lokken.

BOMEN (aantal die zeer geschikt zijn voor een vogelvriendelijke tuin)

 

Bomen geven gelaagdheid aan de tuin, ze zorgen voor schaduw en trekken van allerlei insecten, spinnen en andere kleine diertjes aan. Vogels vinden er eten, schuilgelegenheid en een aantal vogelsoorten er hun nest in.

Ook zijn er bomen die in de herfst vruchten dragen. Deze vruchten trekken weer extra vogels aan in uw tuin. Vinken bijvoorbeeld zijn dol op beukennootjes, sijzen en putters eten de zaden van een els en lijsterachtigen zijn verzot op de bessen van meidoorn of lijsterbes.

Appelboom (Malus domestica - diverse soorten)

 

 

 

Gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus)

Lijsterbes (Sorbus aucuparia)

Notenboom (Juglans)

Ruwe berk (Betula pendula)

Veldesdoorn (Acer campestre)

Zachte berk (Betula pubescens)

Zwarte els (Alnus glutinosa)

Beuk (Fagus sylvatica)

Hulst (Ilex aquifolium)

Meelbes (Sorbus aria)

Peer (Pyrus communis - diverse soorten)

Schietwilg, Knotwilg (Salix alba)

Vogelkers (Prunus padus)

Zoete kers (Prunus avium - diverse soorten)

Eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna)

Krentenboompje (Amelanchier)

Morel (Prunus cerasus)

Pruim (Prunus domestica - diverse soorten)

Sierpeer (Pyrus calleryana 'Chanticleer')

Winterlinde, Kleinbladige linde (Tilia cordata)

Zomereik (Quercus robur)

Natuurlijk is elke boom een aanwinst voor een tuin.

KLIMPLANTEN (een aantal die zeer geschikt zijn voor een vogelvriendelijke tuin)

 

Elke klimplant heeft wel iets aantrekkelijks, een rijke bloei, een mooi blad, lekkere vruchten. Kortom in de meeste tuinen is er wel een plaatsje dat door een gepaste klimplant verfraaid kan worden. Bovendien zijn ze ook zeer geschikt voor kleine tuinen en zelfs voor geveltuintjes omdat ze zo weinig ruimte innemen in de grond!

 

Met klimplanten kunt u kale muren, schuttingen en pergola’s aantrekkelijk maken voor vogels. Merels, heggenmus, winterkoning, huismus en roodborst vinden er eten, plek om een nest te maken en de klimplanten bieden voor vogels een goede schuilplaats. Groenblijvende klimplanten, zoals klimop, bieden vogels ook in de winter een slaapplaats.

Kasteel wingerd, Wilde wingerd (Parthenocissus)

 

Een plant met een prachtige herfstkleur. Verliest in de winter zijn bladeren.


De wingerd hecht zich aan muren met kleine zuignapjes, het is een krachtig groeiende zelfhechtende klimplant met prachtige herfstkleuren, die varieren van geel, oranje, purper en rood. De bloei heeft nauwelijks sierwaarde, maar bijen zijn er gek op!, de vruchten die er aan komen hebben weg van kleine druiventrosjes

Klimop (Hedera)

 

Klimop is een groenblijvende klimplant die veel wordt toegepast in zogenaamde direct-klaarhagen en begroeide schermen. Klimop groeit een bouwstaafmat binnen drie jaar dicht. Klimop staat het liefst op een halfbeschaduwde plaats maar zon en schaduw worden ook verdragen.

 

Klimop biedt ruimte voor beschutting en een mooie dichtheid voor het maken van een nest 

Vuurdoorn (Pyracantha)

 

De vuurdoorn is eigenlijk geen klimplant, valt onder de heesters, maar is wel goed toepasbaar als leiplant.


De vuurdoorn valt op in het najaar en winter door de enorme hoeveelheid besjes die in grote trossen bijeen hangen. De meeste besjes van de vuurdoorn blijven aan de struik tot het volgende voorjaar. Vooral merels en de kramsvogels zijn er dol op.

Natuurlijk is elke klimplantsoort een aanwinst voor een tuin.

HEESTERS / STRUIKEN

 (een aantal die zeer geschikt zijn voor een vogelvriendelijke tuin)

 

 

Een struik of heester is een houtige plant, die zich onmiddellijk boven of reeds in de grond vertakt in een aantal takken, die meer of minder dik kunnen worden. Er wordt dus geen stam gevormd. Struiken worden daardoor niet zo hoog als vele boomsoorten. Zij komen van nature met name langs bosranden voor. Heesters zijn struiken, ook wel verhoudende planten waarbij meestal meerder takken uit de grond komen.

 

In een vogelvriendelijke tuin mogen heesters natuurlijk niet ontbreken. Ze brengen na de bomen een tweede laag aan en ook hier vinden vogels eten, ruimte voor het maken van een nest en bieden ze een veilige schuilplaats. Heesters hebben naast bloemen vaak oook vruchten in het najaar. Tijdens de bloei trekken ze veel insecten aan en in het najaar profiteren de vogels van de vruchten.

Maak een keuze uit heesters die na elkaar bloeien en ook in een andere perioden vruchten dragen. Zo verlengt u het voedselaanbod voor de vogels. 

Duindoorn (Hippophae rhamnoides)

Fijnbladige bamboe (Fargesia nitida)

Gele kornoelje (Cornus mas)

Hulst (Ilex aquifolium)

Mahoniestruik (Mahonia aquifolium)

Rode kornoelje (Cornus sanguinea)

Struikklimop (Hedera helix 'Arborescens')

Vlinderstruik (Buddleja davidii)

Zuurbes (Berberis thunbergii)

Eénstijlige meidoorn (Crataegus monogyna)

Framboos (Rubus idaeus)

Hazelaar (Corylus avellana)

Jeneverbes (Juniperis communis)

Rimpelroos - bottelroos (Rosa rugosa)

Sleedoorn (Prunus spinosa)

Venijnboom (Taxus baccata)

Vuurdoorn (Pyracantha)

Zuurbes (Berberis verruculosa)

Egelantier (Rosa rubiginosa)

Gelderse roos (Viburnum opulus)

Hondsroos (Rosa canina)

Krentenboompje (Amelanchier lamarckii)

Rode bosbes of vossebes (Vaccinium vitis-idaea)

Sporkenhout (Rhamnus frangula)

Vlier (Sambucus nigra)

Wilde kardinaalsmuts (Euonymus europaeus)

Natuurlijk is elke heester een aanwinst voor een tuin.

Enkele voorbeelden van vogelvriendelijke tuinen

Deze op het Noorden liggende achtertuin heeft een afmeting van 6,5 meter breed en een diepte van 12,5 meter.

 

De gehele erafscheiding bestaat uit een begroeid scherm (betonmat - heidemat - klimop). Tegen de achterzijde zijn een aantal vuurdoorns aangeplant.

 

Voor de boompjes is gekozen voor de Amelanchier lamarckii (krent), naast de sierwaarden (bloesem in het voorjaar - vruchtjes - herfstkleuren - fijne takjes) is dit een kleinblijvend boompje die uitermate geschikt is voor de kleine tuin (vogels zijn er dol op).

 

De verharding bestaat uit een vlonder gemaakt van Acaciahout (Let op! wanneer u een vlonder toepast in uw tuin, zorg er dan wel voor dat de vlonder aflopend is, water moet er goed vanaf kunnen lopen, anders wordt het glad. Laat de vlonder ook iets boven de grond zweven, de ventilatie zorgt ervoor dat het hout goed kan drogen).

 

Het water heeft verschillende dieptes en ligt voldoende in de zon. Rechts van de vlonder is het water gevuld met keien (hier kunnen vogels een badje nemen).

 

De rand van het water is op een natuurlijke wijze weggewerkt, beplanting en water lopen in elkaar over.

 

In dit ontwerp is gekozen voor een zeer klein terras aan de achterzijde van de woning (vanuit de woning is op deze manier vooral het groen en het water zichtbaar, dus ook vanuit binnen volop genieten).

 

Tegen de woning zijn op verschillende hoogtes nestkasjes geplaatst en tegen de groene wand aan de rechterkant insectenhotelletjes.

 

In de borders zijn ook veel voorjaarsbollen ingeplant (voorjaarsbloeiers kondigen na de lange winter het voorjaar aan en lokken de net wakker geworden insecten aan).

De Fruittuin (er is veel fruit verwerkt in deze tuin, vandaar dat ik hem de naam fruittuin heb gegeven) ligt pal op het Zuiden. De tuin is 9 meter breed en heeft een diepte van 14 meter.

 

De boompjes in het midden zijn Conference peren en de leiboompjes aan de zijkant zijn Elstar appelboompjes (in leivorm). In de borders zijn o.a. frambozen verwerkt.

 

De opdrachtgevers zijn geen zonaanbidders, de boompjes zorgen voor de nodige schaduw in de tuin en woning. De peren zijn wel makkelijk in vorm te houden, dus de tuin hoeft niet heel schaduwrijk te worden.

 

De plantvakken zijn goed gevuld met groenblijvende bodembedekkers, deze zorgen ervoor dat de tuin ook in de winter er goed blijft uitzien en dat de plantenborders onderhoudsvriendelijk zijn en blijven.

 

De hagen aan de achterzijde en tegen de woning bestaan uit zuilappels, deze appelsoorten zijn makkelijk in onderhoud.

 

De uistraling vanuit de woning is groen, dus ook vanaf de keukentafel prettig om te zien. 

 

De potten zijn gevuld met Choisya, de Mexicaanse oranjebloesem. Wintergroen en heerlijk geurend (deze plant kan in de zon en in de schaduw staan).

Deze op het Oosten liggende achtertuin is 6 meter breed en heeft een diepte van 13 meter.

 

De verharding bestaat uit een combinatie van oudgebakken klinkers en spottedblue tegels. De verharding is vanuit de woning en vanaf het hoofdterras nauwelijks zichtbaar.

 

Het gazon (merels en lijsters zijn er dol op) ligt op 12 cm+. De berging is aan de woning kant weggewerkt met takkenril en op het dak is dakbeplanting toegepast.

 

De toegepaste boompjes zijn Gieser Wildeman peren (stoofpeertjes), redelijk makkelijk in onderhoud en goed in toom te houden. Tegen de stammetjes zijn op twee plekken nestkastjes aangebracht (linkerkant van de stammetjes - op het Noorden).

 

Aan de rechterkant is in de border een vogelbadje verwerkt.

 

De hagen (120 cm hoog) bestaan uit de eenstijlige meidoorn. Omdat deze haag regelmatig gesnoeid moet worden zal de aanwezigheid van bloemen gering zijn.

 

De erafscheidingen aan de linkerkant en aan de rechterkant bestaan uit een begroeide schermen (betonmat - heidemat - klimop). 

 

 

 

 

Copyright Wander van Laar © All Rights Reserved